Verlangen naar leven

Toen ik nog overtuigd depressief was, waren er niet veel dingen die wilde, maar dood wilde ik wel. Het leek me heerlijk om niets meer te hoeven en vooral om nergens meer tegenop te hoeven zien. 

Ik zat in die tijd nog middenin mijn angststoornis, en deed weinig anders dan afspraken afzeggen en me daar vervolgens schuldig over voelen, me schamen voor mijn vermeende karakterzwakte en aanstellerij (symptomen van de kwaal) en natuurlijk piekeren. Ik was bang voor de trein, de snelweg, file, de supermarkt, diarree, vergaderingen, vakantie, verwachtingen van andere mensen, de lift, vieze vaatdoekjes, nou ja, voor ongeveer alles, behalve, gek genoeg, voor de dood. Veel mensen met paniekaanvallen zijn juist erg bang voor de dood. Maar toen een collega-panieklijder mijn paniek eens probeerde te verklaren als angst voor de dood, kwam mijn ‘O nee, hoor, lijkt me heerlijk, dood,’ zó uit de grond van mijn hart dat hij er een beetje van schrok. Zelf heb ik het altijd heel logisch gevonden om dood te willen, en ook wel normaal. Wie wil er nou níet dood?

Maar zoals dat soms gaat met dingen waarvan we denken dat ze goed bij ons passen, viel het toch vooral anderen ten deel. Mij sloeg Magere Hein consequent over. Sterker nog: ik mankeerde –behalve psychisch- helemaal niets. Geen hoopgevend knobbeltje, geen bloedende moedervlek, niet eens een verkoudheid in de herfst. 

Op een ochtend biechtte ik mijn doodswens op aan mijn psychiater. Hij vroeg naar de details en mate van voorbereiding. Maar vooral naar mijn argumenten. En concludeerde: Jij wilt helemaal niet dood. Jij wilt alleen dít leven niet, maar een ander leven. Daar moest ik even over nadenken. Ik was inmiddels nogal gehecht aan mijn verlangen naar de overkant, maar, verrek, hij had gelijk. Ik wilde niet dood. Ik wilde een ánder leven. Eentje zónder angst. 

De psychiater vroeg me wat ik nou eigenlijk écht wilde? Tijdens de huilbui die daarop volgde realiseerde ik me: ik wil het theater in. Dat wilde ik als kind al, maar in plaats daarvan werkte ik als communicatieadviseur. Ik sloeg aan het googlen: er bleken parttime theateropleidingen te bestaan! Ik dacht: als ik nou in het theater zou kunnen werken, ja, dan zou ik ook niet per se meer dood hoeven. 

Dat was het begin van mijn herstel. Ik volgde eerst cursussen, daarna een vierjarige opleiding Theatermaken en werd langzaam minder angstig. Toen ik eenmaal mijn passie had ontdekt voelde ik eindelijk weer hoop. En hoop doet leven! En verlangen. Verlangen naar leven, in plaats van naar dood. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.