Ver van huis

Toen ik tien jaar geleden smoorverliefd werd op mijn man, en hij een reislustig type bleek, voorzag ik rampspoed, ellende en nachtelijke ruzies (want: agorafobie). Maar tot mijn grote verbazing en dito dankbaarheid bleek zijn liefde voor mij groter dan zijn verlangen naar verre oorden. Bovendien vond hij de vakanties met mij in Ermelo, later de Belgische Ardennen en nog later zelfs Frankrijk, ook heel gezellig. In de loop der jaren ging het met mij steeds beter en durfde ik iedere vakantie iets verder de grens over. De paniekaanvallen die daarmee gepaard gingen, ving ik geïrriteerd (want: ongeduld en zelfhaat), en hij liefdevol (want: geduld en accepterende houding) op. Het is wel eens gebeurd dat hij zijn armen om me heen sloeg en zei: ‘Schatje, zullen we lekker een weekje eerder naar huis gaan?’ Ik knarsetandde dan: ‘Nee, ik wil het volhouden!’ waarop hij het concept vakantie nog maar eens geduldig aan me voorlegde, met woorden als ontspanning, genieten en nachtrust, nou ja, laten we eerlijk zijn: überhaupt ‘rust’. 

Het helpt dat mijn man erg flexibel is, want het gebeurde ook nog wel eens dat ík plotseling iets eerder weg wilde. Dat ik een of twee dagen voor de door mij gevreesde lange terugreis naar Amsterdam boven mijn croissant uitriep: ‘Vandaag voel ik me goed, dus laten we nu maar gelijk gaan! Want morgen heb ik misschien wel een slechte dag, je weet het nooit.’ En dan pakten we onze spullen in en vertrokken. Hij hoofdschuddend lachend, en ik opgelucht en een beetje beschaamd. 

            Dit jaar zijn we voor het eerst nóg verder van huis (letterlijk en figuurlijk). Letterlijk, omdat we in Zuid-Spanje zijn. En figuurlijk, omdat ik één van mijn twee antidepressiva vergeten ben in te pakken. Hoe een controlfreak als ik zoiets kan vergeten; ik kan het je echt niet vertellen. Het zal vast iets te maken hebben met de paniekaanvallen tijdens het inpakken, en hoe ik uiteindelijk besloot dat schone onderbroeken en een goed gevulde e-reader maar voldoende moesten zijn, maar meer weet ik er ook niet van. 

Terwijl ik koortsachtig de Spaanse farmacia -waar mijn medicijn niet leverbaar is-afbel en langsloop, verzekert mijn man me dat het harstikke goed met me gaat en dat de Spaanse post heus vandaag of morgen mijn nagestuurde medicijnen komt afleveren. ‘Vandaag of morgen?’ sis ik, ‘Eergisteren hadden ze al hier moeten zijn, schat. Eergisteren!’ 

Ja ja, mensen. Naasten en psychische problemen… Ik zie een oorzakelijk verband, zowel in het ontstaan van mijn klachten, als in de verlichting ervan. En die verlichting vind ik gelukkig bij mijn zelf-gekozen naaste. Die wat mij betreft een standbeeld verdient. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.