Hoe gaat het met je?

‘Ik zit me voornamelijk te ergeren, eigenlijk. Ik sta op, schuifel tussen de stofvlokken door naar mijn vieze badkamer, ga me onder de douche staan ergeren aan de beschimmelde tegels en bedenk dat het maar een kwartiertje werk is om die douche even te schrobben en waarom ik dat nou niet gewoon even…’ De oudste heeft hier duidelijk geen zin in en grijpt in. ‘Wat wil jij? Voor mij een koffie verkeerd graag.’ Ze zwaait bedrijvig naar de bediening. De tobberige zus gaat onverstoorbaar door. 

‘Al die tijd die ik verspil met dénken aan schoonmaken. In die tijd had ik mijn huis wel zes keer kunnen schoonmaken.’
‘Ja. Maar wat wil je nou drinken?’ 

‘En dan kom ik buiten en daar erger ik me aan het lawaai. Auto’s, kinderen, een hond, de daklozenkrantverkoper –hoeveel zijn er daarvan eigenlijk in Nederland-, een fiets met ratels op de spaken, een vrachtwagen van Dirk van den Broek, een bakfiets met zingende kinderen, echt, overal is herrie.’
De oudere zus doet nog een poging tot heropvoeding. ‘Heel goed, dat je naar buiten gaat! Heel goed. Van binnen zitten is nog nooit iemand beter geworden, dat helpt helemaal niets. En sport je ook? Je moet ook sporten, runningtherapie. Dat helpt.’
‘Ik wil niet sporten.’
‘Maar je wilt je toch goed voelen? Nou dan.’
‘Bij mij helpt dat niet.’

‘Hoe weet je dat nou als je het niet probeert. Je kunt het toch probéren. Gewoon lekker sporten en je huis iedere week goed poetsen. Knap je van op hoor.’
Met dit bijltje hebben de zussen duidelijk vaker gehakt. Er wordt diep gezucht, met ogen gerold en dan kiest de oudere zus de best denkbare oplossing: ‘Juffrouw! Doe er maar twee appeltaart bij. Met slagroom.’

Er is nog hoop. Maar je moet wel goed zoeken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.