Delen is helen

Twee jaar geleden was ik te gast op de jaarlijkse Dag van Herstel. Een dag waarop mensen met een verslaving vieren dat ze in herstel zijn (dus niet meer gebruiken). Omdat verslaving en angst goede bekenden van elkaar zijn, vroeg de organisatie of ik daar een conference uit mijn voorstelling zou kunnen spelen. Dat was hartstikke leuk, het zorgde voor veel herkenning en opgeluchte lach. Na mijn optreden mocht ik nog even blijven om het volgende programma-onderdeel mee te maken. Ze gingen sharen en daar was ik erg benieuwd naar. 

Als iemand iets wilde sharen, of delen, liep hij naar een microfoon en zei zoiets als: ‘Hallo ik ben Nico en ik ben verslaafd’, waarop de hele zaal antwoordde: ‘Hallo Nico’. En dan verklaarde Nico bijvoorbeeld dat hij tien maanden nuchter was en dat zijn vader de dag ervoor had gezegd dat hij trots op hem was. Er volgde een daverend applaus en instemmend geknik en trots gelach. Ik voelde hoe oprecht en hartelijk er gereageerd werd. Mensen stootten elkaar aan als ze iets herkenden – wat natuurlijk de hele tijd gebeurde – en waren écht enthousiast en blij voor de behaalde prestatie van de ander. Ik vond het hartverwarmend en ontroerend. 

Toen vroeg ik me af waarom wij dat eigenlijk niet doen. Ik bedacht hoe heerlijk het zou zijn als ik oprechte waardering en begrip zou krijgen als ik zou vertellen dat ik met de trein van Amsterdam naar Rotterdam ben gereisd. Mensen zonder angst vinden dat niets bijzonders, maar voor mij is het een enorme prestatie. Waar ik niet eens trots op ben, maar me voor schaam. Want waarom durf ik überhaupt niet met het openbaar vervoer te reizen? Dat is toch zwak?

Deze onterechte zelfkritiek is voor mensen met angst herkenbaar. En de moed die het vereist om tóch in die trein te stappen (of voor anderen: door de tunnel te rijden, de snelweg op te gaan, in de file te belanden, in de lift te stappen etc.) is voor angsthazen invoelbaar. Daarom introduceerde ik aan het einde van de ADF-jubileumdag het sharen, het delen voor ons, de mensen met angst, dwang of fobie. Ik vertelde dat ik met de tram door half Amsterdam had gereisd en een hartverwarmend applaus was mijn beloning. De een na de ander stond op en deelde iets: ondanks paniek niet je beste vriend bellen maar het zelf doorstaan, aan je dochter vertellen hoeveel je van haar houdt, dankbaar zijn dat je man je accepteert zoals je bent. En iedere keer dat het applaus klonk, voelde ik dezelfde oprechtheid en trots. Want wij begrijpen elkaar en zijn onder de indruk als iemand iets heeft overwonnen, hoe klein dat in het oog van een buitenstaander soms ook kan zijn. Voor ons is het leven vaak topsport, en door dit te delen maken we onze eigen medailles.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.